Dit is jouw huis (tip van Wineke)

Wortel, M.: Dit is jouw huis; € 14,90
Het korte verhaal wordt wel het ondergeschoven kindje van de Nederlandse literatuur genoemd. En dat terwijl we zulke goede korte verhalenschrijvers hebben. Gerard van Emmerik, Sanneke van Hassel en D. Hooijer zijn het predikaat ‘beloftevol’ voorbij, en hebben hun talent ruimschoots bewezen. Wellicht zal de naam Maartje Wortel aan dat lijstje kunnen worden toegevoegd. Zij publiceerde onlangs de voortreffelijke debuutbundel Dit is jouw huis. Maartje Wortel (1983) volgde de opleiding ‘Woord en Beeld’ aan de Rietveldacademie. Die visuele achtergrond zie je terug in haar verhalen, die zonder uitzondering zó zijn geschreven dat je ze meteen voor je ziet. De jonge vrouw die zich totaal vervreemd voelt in haar eigen huis met haar eigen geliefde en hun vrienden – mensen met wie ze niets heeft, die Martini drinken, elkaar schat noemen, die haar nauwelijks opmerken.Of de oudere man die indruk wil maken op een dame met wie hij altijd scrabble speelt. Hij wil eerst nieuwe vloerbedekking leggen en opnieuw behangen voor hij haar bij hem thuis durft uit te nodigen. De vrouw loopt zo door naar de tuin want het is prachtig weer. Zijn nieuwe vloer en behang vallen haar niet op – ze wist immers niet hoe het eerst was.

Wortels personages zijn soms herkenbaar en soms een beetje anders dan de meeste mensen. En allemaal hebben ze een heel eigen stem. Dat, en de fijnzinnige manier waarop Wortel hun leed uit de doeken doet, maakt deze bundel zo geslaagd.


Gabriel Chevallier: Heldenangst
Uit het Frans vertaald door Prescilla van Zoest
Cossee; 296 pagina’s; € 24,90
ISBN 9789059362659
Niet iedereen denkt bij het zien van een boek over de Eerste Wereldoorlog meteen: fijn, dát moet ik lezen! Nee, de meesten van ons behoren niet tot die selecte groep adepten, die alles lezen wat er over die schaamtevolle periode uit de recente geschiedenis verschijnt. Ik ook niet. Gelukkig krijg ik door mijn werk bij Pantheon boeken in handen die me anders nooit zouden zijn opgevallen. Soms blijkt dat, wanneer ik ze heb opengeslagen, ze gelezen moeten worden.
Heldenangst is zo’n boek. Het is oorspronkelijk in het Frans geschreven in 1930 door Gabriel Chevallier en onlangs, na een lange periode van vergetelheid, herdrukt in Frankrijk en nu ook in het Nederlands vertaald. Eigenlijk is Heldenangst de Franse versie van Remarques klassieker Im Westen nichts neues.
Het gaat over de desillusie van de Grote Oorlog. Over jongens die als helden vertrekken – die ‘A Berlin!’ roepen, of ‘Nach Paris!’ – en die gebroken zullen terug keren. En dan voor de achterblijvers alsnog de schijn moeten ophouden van het heldendom. Niet alleen beschrijft Chevallier, die zelf als negentienjarige naar het front werd gestuurd en de oorlog overleefde, de dagelijkse gruwelen die hij en zijn ‘broeders’ meemaken, hij analyseert ook wat die constante doodsangst met een mens doet en hoe je deze, heel soms, kunt overwinnen.
Dit boek lezen is een intense, bijna zintuiglijke ervaring over de ellende van oorlog, maar ook over hoe een mens boven zichzelf kan uitstijgen.

Manaraf: Mohamed Mrabet en Simon-Pierre Hamelin: Manaraf
Uitgeverij Nieuw Amsterdam; 144 pagina’s; € 14,95
In onze kleine winkel laten we doorgaans geen plek onbenut. Zo is er een stukje plank naast het befaamde ‘Coelho-plankje’ waar soms slecht categoriseerbare boeken op komen en soms kleinoden die in het boekengeweld in de gewone kast ten onder zouden gaan. Soms boeken die door hun omslag opvallen en soms boeken die zomaar het geluk hebben deze mooie plek te verwerven.
De korte roman Manaraf, die er onlangs terecht kwam, behoort wat mij betreft tot elke van bovenstaande categorieën. Het verhaal achter dit boek is bijna nog interessanter dan het boek zelf. Het is opgetekend uit de mond van Mohamed Mrabet die in 1936 werd geboren in Tanger, en altijd analfabeet is gebleven. In de jaren zestig kwam hij in contact met de Amerikaanse schrijver Paul Bowles, diens vrouw Jane en hun vrienden: beatnikschrijvers die het in de warme en levendige havenstad goed toeven vonden. Bowles schreef de verhalen uit die Mrabet op banden insprak. Ze gingen de hele wereld over.
Toen Bowles uit Noord-Afrika wegging, was Mrabet daarmee ook zijn pen kwijt. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw kwam hij echter in contact met een Fransman (hoe het precies gaat moet u maar lezen, de ontmoeting en wat eruit voortvloeide wordt uitgebreid in het nawoord beschreven): Simon-Pierre Hamelin. Deze Hamelin heeft samen met Mrabet deze laatste roman geschreven. Uit de korte biografie van de verteller, die achterin is opgenomen, blijkt hoeveel van dit wonderlijke verhaal autobiografisch is.
Het is niet alleen sprookjesachtig (er komt een Afghaanse prins in voor met een verloofde in de gedaante van een kikker) en surrealistisch (een pratende stier wordt door de hoofdpersoon driemaal de nek om gedraaid), maar ook maatschappijkritisch (een Joodse man wordt verjaagd, over de gruweldaden van de Fransen en Spanjaarden tijdens de onafhankelijksoorlog wordt een boekje open gedaan). Kortom: een bijzonder boek, met ook nog eens enkele illustraties van de verteller Mrabet, die zijn fantasie ook op het schildersdoek de vrije loop liet.

Marcel Proust: De kant van Swann
Uit het Frans vertaald door Thérèse Cornips
Ingeleid en geannoteerd door Ieme van der Poel en Ton Hoenselaars
De Bezige Bij; 605 pagina’s; € 49,90
Françoise Sagan: Bonjour tristesse
Uit het Frans vertaald door Marianne Gossije
Meulenhoff; 126 pagina’s; € 12,50
Twee klassiekers zijn dit boekenseizoen in een nieuw jasje gestoken. Van zowel het eerste deel van de zevendelige cyclus De zoektocht naar de verloren tijd van Marcel Proust als van het al even beroemde, maar dunnere Bonjour tristesse van Françoise Sagan, verschenen nieuwe vertalingen.
In beide gevallen pakte dit goed uit. De kant van Swann van Proust was tot nu toe verkrijgbaar in een band waarin alle drie de boeken van dit eerste deel van de cyclus door drie verschillende vertalers waren vertaald. Het verschil in stijl tussen de drie boeken (Combray, Een liefde van Swann en Plaatsnamen: de naam) is navenant. Nu heeft Thérèse Cornips, vertaalster van Plaatsnamen, en bijna de hele rest van de cyclus, de eerste twee boeken ook vertaald en heeft ze, omdat ze nu toch bezig was en haar eerste vertaling al van dertig jaar geleden is, ook  Plaatsnamen (dat met 50 pagina’s het dunste is uit de cyclus) herzien.
Het is een beetje een ingewikkeld verhaal, maar het resultaat mag er zijn. Eindelijk is er een stap gezet op weg naar een Recherche die in één stijl is vertaald. Die stijl is op z’n minst opvallend te noemen. Mevrouw Cornips houdt ervan om in haar Nederlandse vertaling het Frans te laten doorklinken. Als ze een uit het Frans afkomstig Nederlands woord kan kiezen, dan doet ze dat (zo gebruikt ze bijvoorbeeld ‘gesitueerd’ voor ‘geplaatst’, ‘rectificerend’ voor ‘corrigerend’). Ook wat woordvolgorde betreft houdt ze een Franse woordvolgorde aan. Wat het begrip van de tekst niet altijd ten goede komt, dat moet gezegd. Proust dien je langzaam tot je te nemen, lijkt Cornips ons te willen toefluisteren vanaf de pagina’s, dus doe daar maar een beetje je best voor.
Het is in dit licht interessant dat er op het moment nóg twee vertalers bezig zijn met een nieuwe vertaling van De kant van Swann. En dat hun opvatting over vertalen zo ongeveer haaks staat op die van Cornips. Het gaat hen erom dat Proust ook in het Nederlands mooi is, dat je daar geen Franse fratsen voor nodig hebt. Dat zal een heel andere Proust opleveren. Het boek zal in 2013 uitkomen in de Perpetua-reeks van Athenaeum-Polak en Van Gennep.
Van Marcel Prousts jongere collega Françoise Sagan is het debuut Bonjour tristesse opnieuw vertaald, door Marianne Gossije. We hadden alleen de sterk Vlaamse vertaling van Hubert Lampo, die door ouderwets woordgebruik ook erg gedateerd overkomt. De tijdloze vertaling van Marianne Gossije doet in alle opzichten recht aan het origineel van Sagan, die zeventien was toen ze het schreef. De lome warmte van de zomer, de aanvankelijke zorgeloosheid van het pubermeisje Cécile en haar complexe gevoelens die haar tot dan toe rustige leventje door elkaar schudden: het is herkenbaar en goed opgeschreven. Ook erg geschikt voor vijftienplus-lezers.  

 Makine, A.: De vrouw die wachtte; € 18,90
Spijt dat je iets niet eerder las. Ken je dat gevoel? Ik had het bij de roman ‘De vrouw die wachtte’ van Makine, een tot Fransman genaturaliseerde Rus die al weer 12 jaar geleden de Prix Goncourt won voor de roman ‘Het Franse testament’. Hierin wordt een jongen heen en weer geslingerd tussen zijn voorliefde voor de Franse geschiedenis en literatuur en zijn eigen Russische ziel.
‘De vrouw die wachtte’ speelt zich af in het noorden van Rusland, in de leegte, de kou. Het gaat over de ontmoeting tussen een jonge student die alles verafschuwt wat met het communisme te maken heeft en een vrouw van begin veertig die al meer dan 20 jaar wacht op haar geliefde, die ze voor het laatst zag toen hij vertrok naar het front in 1944, het laatste oorlogsjaar. Een mooi gegeven dat Makine met veel rust heeft uitgewerkt. Zijn beschrijvingen van het Russische landschap doen je de atlas erbij pakken om iets van die leegte, die kou en die natuur te proberen te ervaren. Een korte roman die je ademloos uitleest.
 Topor, R.: Romans, verhalen, tekeningen en foto's; € 19.90
Op de bijgeleverde cd staat een hoop ongein, maar verder is het verzamelde werk van Roland Topor een must voor liefhebbers van experimenteel proza uit de jaren zestig. De selectie van de verhalen is gemaakt door Arnon Grunberg die een deel van het prijzengeld van de in 2004 aan hem uitgereikte AKO Literatuurprijs beschikbaar stelde voor het maken van dit boek. Ook schreef Grunberg een verhelderend voorwoord, getiteld: aanstoot geven en aanstoot nemen.
Behalve een roman (over een man die een gedaanteverwisseling ondergaat) en korte (bloederige) verhalen bevat het boek ook tekeningen van alleskunner Topor. Het zijn vaak sadistische voorstellingen, waarin het geslacht, mannelijk of vrouwelijk een hoofdrol speelt. Andere tekeningen zijn vervreemdend en naargeestig. Het leukst zijn de verhalen uit de bundel ‘Het mooiste stel tieten ter wereld’: Jiskefet-achtige situaties in het literaire en mondaine Parijs.
 Audeguy, S.: De Wolkenbibliotheek; € 19,90 (
uit het Frans vertaald door Froukje Slofstra)
Sommige romans lijken wel overal onderop de stapel terecht te komen. Zo’n roman is De wolkenbibliotheek van Stéphane Audeguy. In tegenstelling tot het hieronder genoemde Ravel is het nauwelijks besproken. Zeer onterecht. Het is een stevig boek, niet om even weg te lezen in een middagje op het strand. De herfst is er nog wel het beste seizoen voor, met z’n bewegelijke, Hollandse luchten, met z’n regenwolken, windveren en helder blauwe opklaringen.
Audeguy schrijft in deze debuutroman over een oude Japanse mode-ontwerper, mijnheer Kumo, die in Parijs een indrukwekkende meteorologische bibliotheek heeft. Een tamelijk jong meisje dat Virginie Latour heet, gaat hem helpen die op orde te brengen. Het leidt tot een bijzondere intimiteit en tot heel verhalen over echte en verzonnen meteorologen die de wolken in kaart hebben gebracht. Het draait in deze verhalen om het beroemde Abercrombie protocol, waarin Richard Abercrombie de wolken per continent zou hebben beschreven. In werkelijkheid bevat de dikke map een heel andersoortige verzameling.
Een treurig en mooi boek. Bijna onvoorstelbaar dat het hier een debuut betreft.

 Echenoz, J: Ravel; € 15,90 (Uit het Frans vertaald door Martin de Haan en Jan Pieter van der Sterre)
Voor sommige romans kan er geen aandacht genoeg zijn. Ravel van Jean Echenoz is zo’n roman. Toen het twee jaar geleden verscheen wijdden de Volkskrant en NRC er stukken aan. En ook de vertaling, die afgelopen juni uitkwam bij De Geus, kreeg grote, mooie besprekingen in onder meer Trouw en Vrij Nederland.
En terecht. Ravel (in het Nederlands heeft het dezelfde titel), is een kleine, maar intense roman over de laatste 10 jaar van het leven van de Franse componist Maurice Ravel (1875-1937). Hierin beleeft de kleine en altijd tot in de puntjes verzorgde dandy zijn hoogtepunt en een tournee van drie maanden door Amerika. In diezelfde tijd echter, zet zijn aftakeling in.
Echenoz schrijft helder en precies. Zijn hoofdpersonen zijn rusteloos, altijd op zoek. Ook in Ravel is dat weer het geval. Het is een van de ontroerendste boeken die ik ken.
Voor een interview met Echenoz: http://boeken.vpro.nl/personen/35286876/
 Némirovsky, I.: Het Bal; € 12,50 (Uit het Frans vertaald door Manik Sarkar)
'Het bal' is het derde boek dat van Irène Némirovsky (1903-1942) in het Nederlands is vertaald (Na ‘Storm in juni’ en ‘David Golder’). Het is een prachtige novelle waarin Némirovsky een stel nouveaux riches die van de beurskrach van 1929 hebben kunnen profiteren, in een niet al te flatteus daglicht stelt. Madame Kampf wil niets liever dan chique zijn, maar doordat ze nog niet goed weet hoe dat moet, loopt ze constant op eieren. Ze moet de schijn ophouden, vooral tegenover haar bedienden.
Haar veertienjarige dochtertje is hier het grootste slachtoffer van. Madame reageert zich af door haar hard aan te pakken, alsof ze een dom en ongehoorzaam klein meisje is. En dat terwijl Antoinette ervan droomt een begeerlijke vrouw te zijn die wordt bemind. Maar Antoinette neemt op sublieme wijze wraak...
 Toussaint, J.P.: Vluchten; € 18,95 (Uit het Frans vertaald door Marianne Kaas)
De van oorsprong Brusselse Jean-Philippe Toussaint - dat weten we al sinds zijn debuut De badkamer waarmee hij internationale bekendheid verwierf - is een meester in het scheppen van absurde en beklemmende situaties.
Ook in zijn nieuwste roman Vluchten is het weer benauwd: de Europeaanse hoofdpersoon, een man van een jaar of veertig, reist door een warm China, geplaagd door smog en slaapgebrek. Omdat hij de taal niet kent, kan hij de vreemde situaties waarin hij verzeild raakt slechts observeren: hij is een absolute buitenstaander. Zijn vriendin Marie, de kunstenares en mode-ontwerpster met gevoel voor drama die we al kennen uit zijn vorige boek Liefde bedrijven, is thuis gebleven. Aan het einde van het boek ontmoeten ze elkaar weer, maar ze kunnen niet meer lief voor elkaar zijn.
Hoewel Toussaint soms te veel wil ‘doen’ en dan in mooischrijverij verzandt, is zijn proza over het algemeen dwingend en beklemmend. De pogingen van de ik-figuur en zijn Marie om weer samen te zijn, ontroeren en na lezing blijf je dan ook verslagen achter. Een soort Lost in Translation in boekvorm.
Terug naar overzicht