Maartje Wortel: Dennie is een star; €19,99 & Niña Weijers: Kamers antikamers; €19,99

Tussen Kamers antikamers, de recente roman van Niña Weijers en Dennie is een star, de roman van Maartje Wortel die enkele maanden geleden verscheen, bestaat een duidelijke connectie. N. in Wortels boek en M. in Weijers boek zijn zonder enige twijfel dezelfde personen, er zit overlap in gebeurtenissen als de vele wandelingen in het park en een vakantie naar een ijskoude schuur in Frankrijk, en gesprekken herhalen zich op andermans pagina’s. Bijvoorbeeld een gesprek over ‘koele gels’ – dat wat fysiotherapeuten gebruiken. Ondanks het wat willekeurige onderwerp was dit gesprek voor mij een belangrijk punt in beide boeken, en niet vanwege mijn bovenmatige fysiotherapie-ervaring. Want waar voor mij het gesprek over de koele gels over gaat, is de houvast van vriendschap.

 

Beide boeken zijn boeken over van alles. Over auto’s, relaties, God en het niet-metafysische heelal, over verleden, toekomst, ontmoetingen en terugkeren. Het zijn verzamelingen van levens, van keuzes, interacties, van lijven op lijven. Verzamelingen van pogingen. Ik wil niet beweren dat de boeken een-op-een te vergelijken zijn, maar ze zijn wel onderdeel van dezelfde conversatie. Een conversatie gevoed door wodka en associaties en dus soms meer een gemurmel van vele stemmen, maar toch: één gesprek. Wortel haar aandeel aan het gesprek bestaat uit het verhaal van, ‘Ted’, ook wel Tub genoemd door N. Even lijkt het het verhaal van een verloren liefde, maar als snel blijkt het het verhaal van één lijf vol liefde, samen met een boel andere lijven en liefde. Het schiet alle kanten uit en elke liefde opnieuw lijkt ze een nieuwe vorm te moeten zoeken, maar telkens resulteert het erin dat de liefdes niet in háár vorm blijken te passen. Dennie, de vaalrode kat die ze wegpraat uit een schuur, moet en zal haar helpen lijn te krijgen in haar leven. ‘Ik was op zoek naar geloof, iets om me bij thuis te voelen.’  En Dennie probeert het, zoals een God het probeert. ‘In the end is alles een geloof,’ schrijft Wortel. Dat is ook wat me zo aansprak, ontroerde, aan dit boek: het blijven geloven, in wat dan ook. Geloven en blijven proberen. Samen met de katten en de sterren en de levenslust.

De ik in Kamers antikamers leeft een boel uiteenlopende stukjes van levens, waarvan het mij als lezer niet altijd even duidelijk was welke hypothetisch waren en welke niet. Een hoofdlijn valt te ontdekken in de ik die haar stabiele relatie met een man verlaat om met een (bezette) vrouw te zijn. Over beide relaties wordt verteld met de springerigheid die eigen is aan hen die nietzekerweten en het geheel wordt aangekleed met verhalen die de intuïtiviteit van de ik laten zien. Duidelijk gaat het in Kamers antikamers om wat er bij/in de ik gebeurt in plaats van dat het gaat om wat er in het boek gebeurt.  Soms waren iets meer contouren prettig geweest, al was het enkel ter bevordering van het zorgvuldig lezen.   

In beide boeken lopen de personages aan tegen hun onvermogen stabiliteit aan hun leven te geven. Of wíllen geven misschien ook wel, want met stabiliteit vallen er zoveel andere dingen en mensen weg. In Kamers antikamers is het zoeken noodzakelijk om over zichzelf en het leven na te kunnen denken, om meer zichzelf te kunnen zijn. Het zoeken is wat meer situatiegestuurd. In Dennie is een star zou Ted niet eens kunnen stoppen zoeken, zo lijkt het. Ze weten beide niet waar ze staan - in een kamer of in de antikamer van het leven van de anderen die het wel lijken te snappen ( zoals het ‘gelukkige gezin’ waar N. naar kijkt vanuit het raam van het Witsenhuis). N. & M. vinden stabiliteit in hun vriendschap. Ze lopen eindeloze rondjes met het hondje van N. en pratenpratenpraten hun werelden aan elkaar. Samen of met andere vrienden. Daarom denk ik dat het met hen wel goedkomt.

Het schrijven is een ander houvast waar ze telkens naar terugkeren. Vooral de roman van Weijers is een reflectie op hoe een vorm te vinden. Wanneer is iets werkelijkheid, romanmateriaal, fictie, of beide. Wanneer maakt dat uit en wie bepaalt dat. Ik ken Maartje Wortel of Niña Weijers niet persoonlijk, maar genoeg elementen uit beide boeken en de literaire wereld zijn mij bekend genoeg om aan te nemen dat het grotendeels autofictie is en zo geven zij hun eigen antwoord op die vraag. Of deze herkenbaarheid bedoeld is als een literaire groepswandeling is, intertekstualiteit die pas over een decennium haar definitieve waarde bewijst, of als grapje, weet ik niet en het maakt me ook niet zoveel uit. Het persoonlijke zou de boeken irritant, pretentieus of - zo u wilt - ‘typisch millenial’ kunnen maken.  Maar dat is het niet. De connectie is oprecht en lief en speels. De schoonheid van beide boeken zit voor mij in de taal, het bedachtzame,  het niet opgeven.  Maar vooral in de kunst van het zoeken. En dat zonder larmoyant geklaag, maar door er gewoon hedendaagse, invoelbare literatuur van te maken die lekker alle kanten uitschiet. (Marieke)

 

facebook Pantheon

 

info@pantheonboekhandel.nl
__________________________



binnen 1 dag

Als u boeken bij Pantheon bestelt, zijn deze er doorgaans al de volgende dag. Uiteraard kunt u via onze Libris website uw boeken ook thuis laten bezorgen, Ook dan heeft u ze de volgende dag in huis. We rekenen geen verzendkosten bij bestellingen boven de €15,-

Bzoek de boek zoekengine