Gabe Habash: Stephen Florida; €22,99 (NL) / €14,95 (Eng)

Een grote katachtige is onder mijn vechtsportvrienden een veelgedeeld plaatje op social media vlak voor een aankomend gevecht. Glanzend vel, strakgespannen spieren, toegeknepen ogen, klauwen uit: een toonbeeld van kracht, concentratie, gezondheid en trots. Zaken die je nodig hebt om een gevecht te winnen. Niet verbazingwekkend dus dat een katachtige het omslag siert van de roman Stephen Florida, het debuut van Publisher Weekly-redacteur Gabe Habash. Want dit boek gaat over een worstelaar van Oregsburg College, Stephen, een jongen met maar één doel: de Kenosha Wrestling Championship winnen. Op het origineel – en de Nederlandse vertaling ­– staat een lynx met een prooi. Die agressieve lynx met het restant dier nog tussen de poten maar mentaal alweer bij de volgende, dat ís Stephen Florida.

Op mijn Engelse pocket-editie likt een panter (denk ik) de lippen. Dit wat agressievere beeld is óók passend, want agressief is Stephen zeker, maar de gelaagdheid van het originele omslag doet meer recht aan zijn persoonlijkheid. Op het eerste gezicht is Stephen bijzonder rechtlijnig, zijn hele leven is gericht op het worstelen. Habash heeft de gewaagde keuze gemaakt ons als lezer mee te nemen in dit monomane leven. Het strikte dieet, de regelmatige buzzcuts (= millimeteren van het hoofdhaar), krachttrainingen, het dagelijkse oefenen en werken aan het lichaam, vroeg slapen, niet klaarkomen, de aandacht voor elke darmbeweging. Tactiek, gedetailleerde informatie van tegenstanders en concurrenten binnen het team, worstelworpen en -grepen, puntentellingen, gelukbrengende routines, gewichtsklassen: wij, de lezer, worden er in ondergedompeld, meegenomen. Dit is wat Stephen Florida bezighoudt en dus zal het ons ook bezighouden. Stephen is namelijk geen jongen die ruimte maakt voor de ander. Hoewel ik me kan voorstellen dat niet elke lezer hier enthousiast van wordt, vond ik het geweldig. Misschien omdat ik houd van sporten waarbij mensen één-op-één hun krachten met elkaar meten en de tunnelvisie die nodig is om daarin te excelleren fascinerend vind. En omdat boeken die net een beetje extra van de lezer vragen, vaak ook net een beetje extra aan de lezer geven. Bijvoorbeeld dit soort zinnen: ‘There is no real Stephen Florida. I am only a giant collection of gas and light and will.’ Het lezen van Stephen Florida vraagt dezelfde intensiteit als waar het verhaal uit bestaat. Dat is heftig soms, maar dat is een gevecht of worstelpartij ook.

Nadat Stephen bij een partij een knieblessure heeft opgelopen, neemt de manie in zijn monomanie het over. Hij verliest de grip op de werkelijkheid maar het interesseert hem allemaal maar matig. Het enige wat hem interesseert immers, is hem afgenomen. ‘The act and the goal wouldn’t be what they are without the way of thinking.’ Alleen gedachten aan zijn soort-van vriend Linus en zijn potentiële geliefde Mary-Beth maken dat hij nog enigszins in deze wereld blijft. Het is ook Linus waardoor Stephen zijn blessure weer in perspectief kan zien, ondanks hun ruzie. Pas nu realiseer ik me hoe knap Habash dit gedaan heeft: de gekte van Stephen is over, maar het razen in zijn hoofd gaat door en deze verandering en niet-verandering vloeien naadloos over in het voortgaan van het verhaal. Want ook dat heeft samen met Stephen eigenlijk even stilgestaan.

Nu lijkt Stephen Florida misschien een simpel sportboek, maar dat is het niet. Want Habash kruipt in Stephen en zijn moeilijke persoonlijkheid. Stephen ís worstelen en feitelijk gezien gaat het dus over worstelen en hem. Vervelend navelstaarderig soms inderdaad, maar door de intensiteit van het boek wordt dit niet weeïg en heeft Stephen in zijn egocentrische rechtlijnige doelgerichtheid best filosofisch interessante gedachten. Bovendien maken zijn problemen en pijnlijke herinneringen en eenzaamheid zijn onaangenaamheid enigszins invoelbaar. Maar Stephen is vooral geobsedeerd. Want wat heeft Stephen naast het worstelen: heel weinig. Waar wil hij heen? Nergens. Wat voor perspectieven heeft hij nadat de kampioenschappen – en daarmee zijn studie – voorbij zijn? Geen. Ergens weet hij dit wel, maar hij wil hier niet mee bezig zijn. ‘If I can be honest with myself, one of my big problems is nog facing things head-on. Non-wrestling things, I mean. […], now I could talk to them and disperse the pressure. I keep it all to myself like the exit’s connected by tube back to the entrance, it’s all doing laps, and now I’ll never let it out. It’s my own show.’ Wat doet dit met iemand en wanneer is het te? Deze vragen werpt Habash subtiel op en hij gebruikt spannende analogieën om hier op te reflecteren. Al met al een geweldig en zeer gelaagd boek. Geen kwestie van even makkelijk weglezen, en vrienden met Stephen Florida zult u niet willen worden, maar de worsteling echtechtecht waard.

 

(Marieke de Groot)

 

facebook Pantheon

 

info@pantheonboekhandel.nl
__________________________



binnen 1 dag

Als u boeken bij Pantheon bestelt, zijn deze er doorgaans al de volgende dag. Uiteraard kunt u via onze Libris website uw boeken ook thuis laten bezorgen, Ook dan heeft u ze de volgende dag in huis. We rekenen geen verzendkosten bij bestellingen boven de €15,-

Bzoek de boek zoekengine