Foto

Marjolijn van Heemstra: En we noemen hem; €19,95

‘D zegt dat een naam uiteindelijk altijd past, dat een naam net zo werkt als een leren schoen die zich vormt naar de voet.  Maar volgens mij is het dus precies andersom. Je groeit als mens naar je naam toe. De naam is de voet.’

Dit schrijft Marjolijn van Heemstra op bladzijde vierentwintig van ‘En we noemen hem’. Die naam is de katalysator van dit boek. Op haar achttiende beloofde Van Heemstra haar oma dat, mocht ze ooit een zoon krijgen, ze hem zou vernoemen naar ‘bommenneef’, in ruil voor een ring die hij had nagelaten. Bommenneef Frans was een verre oom en zijn aanslag op 5 december 1946 op een (vermoedelijk) voormalig NSB’er was een familiemythe. De mythe kreeg vorm door woorden als ‘bommetje’, met de neef als ‘boefje’ en ‘verzetsheld’ en het slachtoffer als ‘landverraaier’. Maar veel meer dan dat wéét Van Heemstra niet over haar verre familielid.

Daar een naam dus niet zomaar een naam is besluit ze – volop zwanger – de geschiedenis van bommenneef uit te pluizen. Hiervoor schakelt ze eerst haar hele familie in, die die zo interessante combinatie van adellijke afstandelijkheid en familiaire omgang heeft (Barones Van Heemstra’s debuutroman ‘De laatste Aedema’ gaat over een adellijke familie: daarvoor putte ze uit haar eigen familiegeschiedenis). Via de familie tam-tam komt ze in contact met andere mensen die Frans nog gekend hebben. Maar pas wanneer ze de archieven induikt, blijkt dat het verhaal van bommenneef zo veer meer inhoudt dan ‘verzetsheld brengt op sinterklaasavond een bom verpakt als surprise naar een voormalige NSB’er’. En daarmee wordt ‘En we noemen hem’ ook een boek over verhalen en het de invloed daarvan op de generaties die volgen.

Wanneer Van Heemstra het over het belang van een naam heeft, zegt ze ook dat ze op zoek is naar een moreel kompas; voor haar ongeboren kind, maar ook voor haarzelf. Want net zomin als dat ze de volledige geschiedenis van bommenneef kent, weet ze hoe dat moet: moeder zijn. Ze is ‘zwanger van een idee’, zegt ze met vijfentwintig weken, niet van iets dat een voorbode is van daadwerkelijk léven. Dergelijke bespiegelingen koppelt Van Heemstra het hele boek lang aan haar zoektocht, en ze groeien mee met haar buik, net zoals het verhaal van bommenneef groeit. Ter illustratie: ‘Kun je ooit de gedachte toelaten dat je met de geboorte van je kind niet het leven maar de dood vermenigvuldigt?’ Dit is wanneer ze nadenkt over de moeder van bommenneef. Deze koppeling maakte voor mij ‘En we noemen hem’ echt interessant en van tijd tot tijd ontroerend, én gelukkig soms ook geestig.

Het verhaal van de zoektocht zelf is interessant, maar niet vernieuwend. Opmerkingen als ‘hoelang duurt een oorlog’ en ‘wanneer wordt een held een held’ zijn mijns inziens al wel onderdeel van het algemene denken over de Tweede Oorlog. Het boek ‘Grijs verleden’ wordt genoemd en raakt hier precies aan. Interessanter is dat Van Heemstra in haar boek laat zien hóé het komt dat er zo lang in zwart-wit over de Tweede Wereldoorlog is gedacht (of zoals dat misschien wel over oorlogen in het algemeen  wordt gedaan). Met het schrijven van haar eigen verhaal creëert ze een kleine analogie over hoe het verhaal van WOII zich geschreven heeft en wat voor invloed wijzelf daar op hebben (gehad).  ‘De logica van het drama, van de roman, vereist dat we de waarheid niet verdringen maar ermee in het reine komen. Ze vereist conflict en innerlijke strijd en dan een goed einde.’ Zo’n opbouw is natuurlijk in strijd met hoe het echte leven verloopt. Met deze tegenstrijdigheid speelt Van Heemstra door ons als lezers af en toe inzicht te geven in wanneer ze wat met de waarheid gesjoemeld heeft.

‘En we noemen hem’ is een overzichtelijk boek. De opzet is duidelijk en er wordt weinig afgeweken van de lijn. Af en toe is er sprake van een frivool uitstapje, bijvoorbeeld wanneer Marjolijn van Heemstra en D ­– haar vriend – een letterlijk uitstapje naar Franeker maken. Dit resulteert in een prachtige scène in het planetarium van Eise Eisinga. Van Heemstra’s taal past bij de vrij praktische aanpak. Van de twee dichtbundels die ze op haar naam heeft staan, is in dit boek niet zo veel van te merken. De zinnen zijn kort, helder en gespeend van vergelijkingen en andere stijlvormen. Af en toen miste ik de mooie taal (wat niet wil zeggen dat het lélijke taal was). Al is het fijn dat de heldere taal haar niet over het randje trekt op de momenten dat ze zichzelf telkens precies op tijd afkapt wanneer ze neigt naar bijna pathetische bespiegelingen.

 De zoektocht  naar een familieverhaal gecombineerd met Van Heemstra’s gedachten over het zwanger-zijn maken ‘En we noemen hem’ tot een fijne leeservaring. Hoe langer ik het boek laat bezinken, hoe meer respect ik krijg voor de subtiliteit waarin ze schrijf- en onderzoektechnieken heeft verwerkt in haar verhaal zonder deze expliciet te benoemen. 

(Door Marieke de Groot)

 

facebook Pantheon

 

 

 
info@pantheonboekhandel.nl
__________________________



Hier kunt u zoeken, bestellen of zien of we een boek op voorraad hebben. Een boek dat niet op voorraad is, kunt u gewoon bestellen en thuis laten bezorgen of reserveren en in de winkel ophalen. Voor 18 uur bestelde boeken zijn er doorgaans de volgende dag.

Bzoek de boek zoekengine