De mooiste boeken van 2017 volgens medewerkers van Pantheon

Jan
Tommy Wieringa: De heilige Rita
De beste roman van Tommy tot nu toe gaat over een vader-en-zoonrelatie op het Twentse platteland. Het boek is geschreven in een jaloersmakende stijl met precisie en kracht. Voor mij het beste boek van 2017!

Paolo Cognetti: De acht bergen
Een roman over vriendschap en eenzaamheid in de bergen van Noord- Italië. Winnaar van de Premio Strega, de belangrijkste literatuurprijs van Italië. Ingetogen, puur, oprecht en van een verstilde schoonheid.

Anthony Burgess: Machten der duisternis
Een epos over de essentie van macht in de 20e eeuw geschreven door een homosexuele schrijver die van zijn geloof is gevallen. Vilein, duister, komisch, boeiend en zeer smakelijk!

Katty
2017 was voor mij amper een jaar voor het lezen van oeuvres. In zekere zin ging ik van schrijver naar schrijver, van debutant naar klassieker, om nergens echt lang stil te blijven staan. Behalve dan bij Marguerite Duras. Van haar verscheen dit jaar bij Uitgeverij Vleugels de novelle Gesprek in een parkje. Een jonge vrouw werkt als kindermeisje voor een welgesteld gezin. Terwijl ze met haar oppaskind het park bezoekt en de kleine jongen laat spelen, neemt ze plaats op een bankje. Een handelsman vraagt of hij naast haar mag zitten. Ze voeren een gesprek. Dat is het boek. En natuurlijk op een typische Durasmanier, vol afgewende hoofden, verstilde en verstokte momenten, ongemak, grote emoties en onmiddelijk daaropvolgende excuses. De uitgever heeft alvast beloofd in 2018 met een nieuwe vertaling te komen - iets om naar uit te kijken.

Wie mij verrast heeft is Justine le Clerq met haar roman Krimp. Ik kende haar niet, was geïntrigeerd door het fraaie omslag van het boek en begon te lezen. Soms doet de plot, die samenvatting van gebeurtenissen gereduceerd tot een verhaallijn, weinig recht aan de roman. Centraal staat een jonge vrouw, Angelina genaamd, die opgroeit in Den Haag, met een vader die restauranteigenaar is en zonder moeder. Haar vader verklaart haar te vroeg volwassen, Angelina verkent het criminele circuit. Maar de roman gaat vooral over een vrouw die een niet te dichten gat met zich meedraagt en daarover bijzonder nonchalant verslaat. In mooie zinnen, soms in fragmenten die uit hun voegen lijken te barsten van geweld, om dan toch weer terug te keren tot een ogenschijnlijk kalm oppervlak. 

Tot slot twee boeken die evenmin bij een oppervlakkige omschrijving gebaat zijn (al kunnen we ons afvragen welke boeken daarbij wél goed uit de verf komen), namelijk Karkas van Femke Schavemaker en het vorige maand verschenen Met de wereld in de rug van de Duitser Thomas Melle. Beide schrijvers doen op tamelijk autobiografische wijze verslag van hun bipolariteit. Dat is een expliciet onderwerp waarop in weinig verbloemde taal gereflecteerd wordt. Maar dat neemt niet weg dat ze dat allebei toch op een hele aangename manier doen. Muziek speelt een hoofdrol, zowel in de exitlijst van Schavemaker (die in verschillende fasen van haar leven steeds aangepast wordt) als in de wanen van Melle, die zeker weet dat tal van popsongs aan hem opgedragen zijn en bovendien zeer curieuze boodschappen bevatten. Te zwaar? Nee, niet bepaald. Natuurlijk, bepaalde passages zijn pijnlijk en weinig opbeurend, maar beide auteurs wisselen een serieuze toon met zelfspot af en zien ook in dat bepaalde anekdotes op z'n minst tragikomisch genoemd kunnen worden. 

Leo
Jane Gardam: Een onberispelijke man
Ik las het in mijn zomervakantie, maar Een onberispelijke man is eigenlijk het winterboek bij uitstek. Gardam schreef ooit een kerstverhaal en raakte zo geïnspireerd door de hoofdfiguren daaruit dat het de basis werd van een romancyclus waarvan dit deel 1 is. Het kerstverhaal is nu het eerste hoofdstuk geworden en wie het begint te lezen gaat gegarandeerd door.

Jennifer Egan: Manhattan beach
De langverwachte opvolger van Een bezoek van de knokploeg stelt niet teleur. Geen verzameling verhalen dit keer, maar een meeslepende vertelling over een vrouw die vecht voor haar plaats in de wereld in het New York rond W.O. II., gecombineerd met de belevenissen van een maffiaman die iets goeds probeert te doen, Eigenlijk ook een echt kerstboek. 
 
Anthony DeCurtis: Lou Reed
Over Lou  Reed zijn natuurlijk nogal wat boeken geschreven. maar de biografie van DeCurtis richt zich nu eens niet uitsluitend op het drugsgebruik en de destructieve kant van Lou. Zeker, Reed maakte het zijn omgeving niet makkelijk, maar door deze bio raakte ik weer helemaal geïntrigeerd door deze grillige maar ontegenzeggelijk grote artiest.

Dolf

Carla van de Puttelaar – Adornments
Een schitterend overzicht van het werk van fotografe Carla van de Puttelaar gemaakt tussen 2011 en 2017. Zij wordt geroemd om haar prachtige naakten, waarvoor zij inspiratie vindt bij schilders als Lucas Cranach (verstilling) en Rembrandt (licht).  Prachtig vormgegeven en voortreffelijk gedrukt.

Anne Geene & Arjen de Nooy – Ornithology
De titel suggereert dat hier op wetenschappelijke wijze inzicht wordt verschaft in de vogelkunde, maar men dient het woord wetenschappelijk door het woord fotografisch te vervangen. Een heel ander fotoboek. Het brengt niet alleen vogels in beeld (opgezet of anderszins), maar ook hun uitwerpselen en het materiaal waarmee nesten gebouwd worden.  Volgens de uitgever van dit boek wordt het ten zeerste aangeraden door o.a.  Charles Darwin, Harper Lee, Alfred Hitchcock, Charlie Parker en Woody Woodpecker. Nu ook door ons.

Irina Popova – If You Have A Secret
Beelden die Irina Popova maakte in het Rusland van voor 2009, toen zij naar Nederland verhuisde. Duistere en poëtische beelden van een weinig vreugdevolle post-sovietjeugd, afgewisseld met een intrigerend soort herinneringspoëzie. Het is een erg persoonlijke verzameling foto’s en teksten, op een bijzondere wijze vormgegeven en gebonden. Schitterende narigheid en dat het boek slechts 35 euro kost is een wonder.
 
Liset
Anna Wolz: Zondag Maandag Sterrendag
Klein maar fijn dit boekje, een verhaal voor beginnende lezertjes, nou kijk dan maak je een goede stap voorwaarts op het pad van De Literatuur.
Dit verhaal gaat over Nora, zij is uitvinder. Ze heeft twee broers die haar en haar uitvindingen belachelijk maken maar Nora is niet voor één gat te vangen en vindt een vuurspuwende draak uit, de broers schrikken zich wild en staken hun ezelachtig gelach.
Dan komt er een nieuwe buurjongen en de kennismaking verloopt dusdanig stroef dat Nora onmiddellijk een jongensontstopper uitvindt, iets met een vergiet en spijkers!
Al eerder heeft ze een Bas-val en een anti Felix spuitbus uitgevonden, om haar broers wat op afstand te houden. Slim kind hoor.
Afijn, haar buurjongen blijkt natuurlijk best mee te vallen en samen bedenken ze een slim plan voor zijn spreekbeurt over het heelal en de sterren waar hij eigenlijk alles van weet, maar niet zo goed durft te vertellen.
Een grappig boekje, snel verteld, niet al te moeilijke korte zinnen zodat 7-8 jarigen dit goed zelf kunnen lezen.
En leuk geïllustreerd door Annet Schaap.

Imme Dros en Annemarie van Haeringen : En toen Sheherazade en toen? - Uit de verhalen van duizend en één nacht.

Oef! Wat een prachtig boek!

De mooie verhalen mooi naverteld door Imme Dros, zij schuwt enige bloederigheid aan het begin niet, maar de reden van de lange verhalenstroom van de slimme Sheherazade moet wel duidelijk worden. En een beetje sprookjes van Grimm-kenner is wel wat gewend.

En dan die prachtige illustraties van Annemarie van Haeringen, indrukwekkend. Een heerlijk boek om helemaal in te verdwijnen, zelf lezen of om uit voorgelezen te worden.

Maak kennis met de verhalen uit Perzië, India en de Arabische wereld, lees over pratende dieren, Djinn’s, over de vrienden Kat en Raaf en de reizen van Sinbad de Zeeman. Een feest dit boek!

Marieke

We Have Always Lived in the Castle van Shirley Jackson;
'Grime’ van Wytske Versteeg
Deze boeken overbruggen met een generatiekloof: het ene verscheen in 1962 en het ander afgelopen jaar. Van het veelgeprezen ‘We Have Always Live in the Castle’(WHALC) kwam afgelopen jaar een Nederlandse vertaling uit, in de L.J.Veen Klassiek-serie: ‘We hebben altijd in het kasteel gewoond’. Beide boeken roepen een sfeer op die maar weinig geslaagd voorkomt in de literatuur en die lang ook uit was. Namelijk gothic. In WHALC zit dit hem vooral in de ‘whydidthewhodoit’ en het mysterie dat de sisters Blackwood in hun kasteel omgeeft, nog eens een extra zetje gegeven door de eigenaardige en gehandicapte oom die bij hen inwoont. Verteller Merricat weet dit mysterie geweldig in stand te houden. Op laconieke toon dient ze toch wel vreemde feiten op, zoals dat haar volledige familie zes jaar geleden stierf door rattengif in de suiker – op de oom na – en dat haar grote zus sindsdien nauwelijks verder dan de moestuin is gekomen. Ondanks dit laconieke is ze niet afstandelijk: Merricat geeft veel van zichzelf bloot. Dit creëert een vreemde scheur in de beleving. Enerzijds is er duidelijk iets mis, anderzijds vindt Merricat hun beperkte en afgezonderde leven perfect. Dat er nog meer – of écht – mis gaat gaan is meteen al aan het begin duidelijk: ‘(..) and i wondered whether I would have chosen differently if I had known that these were the last books, the
ones which would stand forever on our kitchen shelf.’ Dat blijft u zich bij lezing ook  voortdurend afvragen, net als zoveel meer. Briljant boek, vol suspense en sfeer. En nu wilde ik zeggen: een verfilming is niet nodig (als een boekverfilming al ooit nodig is), want kasteel en omgeving rijzen voor uw oog op. Maar nu blijkt in 2018 een film uit te komen en ben ik toch wel erg benieuwd!
Vlak na WHALC las ik ‘Grime’, een boek dat er qua sfeer absoluut aan kan tippen. Wytske Versteeg legt minder invulling van de psychologie bij de lezer. Dat hoort bij onze tijd en ‘Grime’ is ook een boek met een grotere opzet, erin wordt aan het innerlijk leven van meerdere personages geraakt. De wat halfslachtige Nino ontmoet als eerstejaars student aan een exclusieve kunstacademie Suyin. Suyin is grillig, moeilijk en wat je in positieve bewoordingen ‘vol passie’ kan noemen. Ook heeft ze obsessies waar ze anderen mee aansteekt, zoals Grime. Dit gezichtloze figuur wordt het onderwerp van een film die Nino, Suyin, hun huisgenoot Sophie en Michael maken. Michael is een plotseling weer opgedoken jeugdvriend van Nino – zijn enige eigenlijk – en zijn tegenovergestelde: daadkrachtig, gedreven. Maar als lezer vraag je je ook af waar charisma bij hem eindigt en manipulatie begint. Net zoals dat Nino’s wat klagerige slachtofferperspectief op ‘de gebeurtenissen
in het bos’ de nodige vragen oproept. Waar ligt zijn verantwoordelijkheid? Door tijdsprongen die vragen op terwijl Grime op steeds meer plekken onzichtbaar aanwezig is en hun levens binnen kruipt. En op een gegeven moment ook bij mij op de bank en in de onverlichte gang. Bijzonder knap, dit angstige gespitst-zijn op vreemde geluiden krijg ik meestal enkel bij films... Hoewel het boek een páár storende clichés bevat, is het vooral erg goed en gelaagd. En ik hoop dat Wytske Versteeg eens met een verhalenbundel komt. Mocht u nou denken: jakkes, horror of gothic, daar houd ik helemaal niet van, geen zorgen! Beide boeken zijn vooral goede, sterk sfeervolle en psychologisch interessante, literaire verhalen. Met een
spannend laagje, de Grinch verbleekt erbij.

Murat Isik: Wees onzichtbaar
Ik schreef in mei al een enthousiaste recensie over ‘Wees onzichtbaar’ van Murat Isik en daarna lazen veel van mijn collega’s het ook (ik suggereer hier geen casual verband, daar zijn ze te eigenwijs voor). Vervolgens was iedereen die het gelezen had enthousiast en het gebeurt niet vaak, dat we een unanieme aanprijzing kunnen doen. Mijn enthousiasme staat nog steeds. ‘Wees onzichtbaar’ werd ook niet voor niets boek van het jaar bij NRC.

Maurice Pons: Nachtpassagier
Toen ik las dat Uitgeverij Vleugels een vertaling van Maurice Pons uit ging geven, heb ik even geschreeuwd – van blijdschap welteverstaan. De auteursinformatie noemt ‘De seizoenen’, een andere roman van Pons, een cultboek. En laat dat nou net mijn lievelingsboek zijn, of één van de, of de grootste kanshebber, of een andere nuancering van deze zo boude uitspraak. In elk geval vind ik ‘De seizoenen’ heel erg goed. De vertaling is niet langer in druk en tweedehands volslagen onvindbaar, dus ik kan het ook niet meer uitlenen. Mijn Frans is belabberd en de plannen om daar wat aan te doen schieten niet op, dus de schreeuw was omdat ik heel erg blij ben om meer van deze auteur in het Nederlands te kunnen lezen. En anderen toch iets van Pons te kunnen laten lezen. Dat Vleugels dit doet is geen verrassing: de uitgeverij geeft veel goede, mooi vormgegeven en noodzakelijk vertalingen uit (Marguerite Duras!! ‘De man in de gang’ bijvoorbeeld!! Een andere aanrader!)
In ‘Nachtpassagier’ rijdt de jonge, onbezonnen en wat showerige ik-persoon in zijn  sportwagen door het nachtelijk Frankrijk van 1959. Naast zich heeft hij een onverwachte passagier, hem op  het laatste moment opgedrongen door een vriendin. Deze man is een knappe, zwijgzame Algerijn, die soms wat schimmig doet met zijn tas. Hij laat nauwelijks iets los en langzaam verschuift de inhoud van de novelle. De passagier heeft eerst een figurantenrol in loeiend enthousiaste beschrijvingen van totaal onverantwoorde inhaalacties op de nachtelijke landwegen, afgewisseld door natuurbeschrijvingen die als wit op zwart afsteken tegen het machinegeweld en plotselinge overpeinzingen over zijn liefde
voor een verder karakterloze ex. Of, zoals mijn moeder zou zeggen: ‘Die heeft vast een moeilijke jeugd gehad.’ Ondertussen ronkt en trilt het boek en zag ik de perfecte lijn in de bochten voor me uitgetekend. Maar langzaam raakt de chauffeur geïntrigeerd door zijn passagier. Belangrijk om te weten, mocht u Frankrijks recente tijdlijn niet direct op het netvlies hebben: 1959 is midden in de Algerijnse Oorlog. Doordat ze een lange rit maken, dringt noodgedwongen de buitenwereld soms ook hun kleine coupé binnen en de wederzijdse onwil verandert langzaam in een vorm van vertrouwen waarin ook de coureur en de passagier hun lagen laten zien. Pons onthoudt zijn personages van definitieve uitspraken, maar weet zijn engagement op mooi literaire wijze onderdeel te maken van het boek. De Algerijnse Oorlog is in ‘Nachtpassagier’ duidelijker aanwezig dan in het
absurdistische ‘De seizoenen’, maar ook daarin is de maatschappijkritiek aanwezig. Hoewel het twee erg verschillende boeken zijn, is Maurice Pons voor mij absoluut niet van zijn sokkel gevallen.

Als altijd raad ik natuurlijk korte verhalen aan. Op internet, in literaire tijdschriften, op de stoep:omarm ze en lees. In boekvorm mag ik over de Nederlandse korteverhalenbundels niets zeggen want ik ben dit jaar weer jurylid van de Biesheuvelprijs. Gelukkig is er ook wat Engelstaligs aan te prijzen. 'Whatever Happened to Interracial Love' van Kathleen Collins. Geweldig. Niet alleen zijn de verhalen leuk, raak en bloedmooi, ook speelt ze heel knap met verschillende genres. En lees ook 'Pond' van Claire-Louise Bennett. Het is wel een beetje werken dit boek maar dat heeft niets met de kwaliteit te maken en doet er ook niets aan af. Het is gewoon een heel erg eigen universum dat ze opbouwt met haar taal. Volgend jaar verschijnt de vertaling ‘Poel’, bij Uitgeverij Karaat.

Ook het vernoemen waard zijn 'Wormen en engelen' van Maarten van der Graaff en 'De
mensengenezer'
van Coen Peeters. De laatste won met dit boek de ECI Literatuurprijs. Het christelijk geloof is in beide boeken voor de protagonist een vormende factor en de auteurs schrijven daar gevoelig, bijna teder, maar ook erg inlevend over. De troost van de godsdienst wordt bijna tastbaar, maar de verwarring die hij zaait ook. Op beide boeken is ‘pompeus’ wel enigszins van toepassing, maar dat bedoel ik niet als een afrader. De auteurs zijn respectievelijk dichter en Vlaming, en dat werkt door in hun taalgebruik. Het maakt de boeken echt bijzonder, naast hun tastende, tedere verhalen. De thematiek van Peeters is wat wereldse dan die van Van der Graaff, die ook beduidend jonger is en over zoekende jongeren schrijft. Peeters schrijft over het Vlaamse achterland en de psychologische en maatschappelijke resten van de Belgische kolonisatie van Congo, maar eveneens
via een naar binnen gerichte protagonist.

Nu rep ik per ongeluk alleen maar over fictie. Maar ik las ook veel goede non-fictie. Een vertaling van Dalrymple bijvoorbeeld, ‘Het mes ging erin. Bespiegelingen van een  gevangenisarts.’ Ik ben dol op zijn wrang-ware blik en schrijfstijl. En dat ‘Witte onschuld’ van Gloria Wekker nu echt voor iedereen te lezen is door de vertaling mag ook niet onvermeld blijven. Net als ‘Vertel met het einde’ van Valeria Luiselli, over de onwerkelijke werkelijkheid van een formulier van veertig vragen dat ‘illegale’ kinderen uit Zuid- en Midden-Amerika moeten invullen om kans te maken op een verblijf in de VS. Maar pas echt surrealistisch is de schrijnende werkelijkheid van hun antwoorden. Luiselli stond als tolk dergelijke kinderen bij en schreef haar ongeloof en woede in dit essay. In de hoop dat er iets verandert. Naar mijn mening is de werkelijkheid in ‘Vertel me het einde’ net zo goed toepasbaar op de ‘illegale’ kinderen die in Nederland verblijven. Hun verhalen en de onveilige wereld waarin ze leven zullen in pijnlijke waarheid weinig verschillen.
 

facebook Pantheon

 

 

 
info@pantheonboekhandel.nl
__________________________



Hier kunt u zoeken, bestellen of zien of we een boek op voorraad hebben. Een boek dat niet op voorraad is, kunt u gewoon bestellen en thuis laten bezorgen of reserveren en in de winkel ophalen. Voor 18 uur bestelde boeken zijn er doorgaans de volgende dag.

Bzoek de boek zoekengine